Het orkest

Zoals gebruikelijk in de Barok en het begin van de Klassieke periode, bestaat het orkest uit een relatief klein ensemble. Per project wordt naar aanleiding van het repertoire bepaald hoeveel strijkers er mee doen en of er al dan niet met barokstokken gespeeld wordt. Door de geringe omvang van het ensemble is er veel ruimte om te werken aan samenspel, zowel binnen het orkest zelf, als tussen koor en orkest. Er is veel aandacht voor de vorming van het ensemble en de specifieke problematiek bij het vocaal instrumentaal musiceren.

De strijkers krijgen tijdens het project uitgebreide scholing en training in strijktechniek. Voor strijkers en blazers zijn belangrijke speerpunten de articulatie en frasering behorende bij de Barok, en het begin van de Klassieke periode.